Fanfare
St. Lambertus
©2012-2021 copyrights by Fanfare St. Lambertus  
designed by
Fanfare
Meer dan een eeuw lang Fanfareklanken in
Schinveld. Crescendo, adagio en fermate. Allemaal
vakjargon, abacadabra voor velen, maar niet voor
de leden van fanfare Sint Lambertus uit Schinveld.
Lid zijn van de fanfare is meer dan alleen
contributie betalen. Het is samen presteren en
dingen organiseren, maar ook samen plezier en
verdriet hebben.
Het is ook samen de handen in elkaar slaan in
goede -en mindergoede tijden.

Al meer dan 100 jaar lang staat de fanfare met
beide benen in de samenleving.
De “Ritmesectie” is de motor van het orkest.  Deze
bestaat uit meerdere slagwerkers. De slagwerklijn
bestaat uit twee soorten slagwerk, namelijk
ongestemd en gestemd slagwerk.

Hierbij moet bij ongestemd slagwerk gedacht
worden aan snaardrums, bongo’s, conga’s, gong,
bassdrum, bekkens en bij gestemd slagwerk aan
pauken, xylofoon, klokkenspel en drumstel.

Trommen zijn aan twee kanten bespannen met een
vel. De ruimte tussen de vellen en het frame dient
als klankkast.
Denk hierbij b.v. aan  rommelmarkten, de jaarlijkse kunstmarkt, bonte avond, en
wandel- en speurtochten. Op deze wijze neemt de fanfare haar maatschappelijke
verantwoordelijkheid in het bieden van een zinvolle tijdsbesteding, voor de
inwoners van Onderbanken en omstreken.

Voor onze jeugd hebben we een grote plek binnen de vereniging ingeruimd, zoals
een eigen opleiding voor blazers en slagwerkers. Deze wordt gegeven door
vakbekwame muziekdocenten. Verder het opleidingsorkest LaFaJeu. Tevens veel
activiteiten voor de jeugdige muzikanten en leerlingen zoals het jaarlijkse
jeugdkamp, spotlightconcert etc.

Fanfaremuziek is zeer veelzijdig. Het varieert van mars tot popmuziek, en van
klassiek tot filmmuziek. De vele koperblazers in de fanfare zorgen voor een
herkenbare, duidelijke orkestklank.
Slagwerkers kunnen zowel in de ritmesectie van het
orkest, als ook in de drumband hun ritmische
talenten ten toon spreiden.

Fanfare Sint Lambertus staat sinds januari 2016
onder leiding van Marc Bongers.
De fanfare repeteert elke zondag ochtend* van
10:30-12:30 uur.
Het orkest bestaat momenteel uit ongeveer
45 leden.

In het orkest spelen we van jong tot oud gezellig
samen.
De instrumenten die er bespeeld worden zijn:
“De bugels ” vormen het hart van de fanfare. Ze gelden als melodiesectie, een rol
die in symfonie-orkesten door violen wordt vervuld. De melodiesectie speelt een
dominante rol in de klank van een orkest. De bugelklank is dan ook goed terug te
horen in de fanfare.
De klank van de bugel is zacht, een beetje week. Deze klank is kenmerkend voor de
hele saxhoornfamilie. Adolf Sax ging bij het ontwerpen van deze instrumenten uit
van een hoorn, maar hij maakte de buizen wijder. Zo ontstond een nieuwe
instrumentengroep in de blaasmuziek: het zacht koper. Hoewel de bugel wel iets
weg heeft van een trompet, zijn er grote verschillen.

Dat hoor je zeker in een geluidsvoorbeeld, maar het is ook te zien aan waar je de
instrumenten tegenkomt. De bugel komt in harmonie en brassband slechts enkel
bezet voor. In symfonie-orkesten speelt de bugel helemaal geen rol. Het is een
typisch fanfare-instrument. De bugel hoort in de fanfare het vaakst voorkomende
instrument te zijn.
” De trompet ” is een van de oudst bestaande
instrumenten. Je komt hem overal tegen: zowel in
de klassieke muziek als in jazz en pop. De trompet
heeft zijn populariteit door de jaren heen
behouden. De klank van de trompet is scherp en
helder. Dat maakt het instrument uitermate
geschikt om solistische passages te spelen. De
scherpte van de klank helpt ook bij het
overbrengen van signalen. Hiervan maakte men
vooral in het leger gebruik. Trompetten kom je
zoals gezegd in vrijwel iedere orkestvorm tegen.
Uitzondering vormt de brassband: dit orkest maakt
gebruik van cornetten (een cornet is een variatie op
de trompet, het instument heeft echter een iets
wekere klank).
” De hoorn ” is het meest allrounde instrument in
de fanfare. Hij kan zowel hoge als lage partijen
vertolken. Met een scherpe of juist zachte klank.
De hoorn is van alle markten thuis. Hoorns
behoren tot de oudste koperen
blaasinstrumenten. Ze zijn dan ook in ieder orkest
te vinden. Van fanfare tot symfonie. De hoorn kun
je in verschillende uitvoeringen tegenkomen. De
stellehoorn (met slechts drie ventielen) is het
meest simpel. De dubbelhoorn is het meest
uitgebreid. Maar de klank van het instrument is
altijd duidelijk herkenbaar.

“Het euphonium ” maakt samen met z’n kleine broertje bariton deel uit van de
Saxhoornfamilie. Dat is goed te horen aan de zachte klank. De euphonium heeft een
toonbereik van het midden- tot het lage register. Baritons en euphoniums ogen
hetzelfde, ze hebben hetzelfde toonbereik, maar er is een belangrijk verschil. Een
euphonium is breder gebouwd. Daardoor ontstaat een groter geluid. De bariton klinkt
daarentegen helderder. Veel orkesten zetten de instrumenten naast elkaar om beide
klankkleuren te benutten.De euphonium kom je vooral tegen in de blaasmuziek:
harmonie, fanfare en brassband dus. In symfonie-orkesten zul je het instrument
minder snel tegenkomen.

” De bas ” is het grootste instrument van de fanfare. Hoe groter het instrument, hoe
lager de klank. Deze stelling wordt door de bas meer dan bewezen. De tonen van dit
instrument vormen de basis van het orkest. De bas is lid van de familie van
Saxhoorns. Deze instrumenten werden rond 1840 ontwikkeld door Adolf Sax. De bas
schopte het ver. Je vindt hem niet alleen in de fanfare, maar ook in de harmonie,
brassband en zelfs in het symfonie-orkest. In de fanfare spelen es- en bes-bassen.
Zij staat altijd paraat indien er vanuit de gemeenschap een beroep op haar wordt
gedaan. Veel leden en vrijwilligers zijn vaak dagelijks op diverse fronten bezig met
“oos fanfaar”.
” De saxofoon ” is het meest afwijkende instrument in de fanfare. Hoewel gemaakt
van metaal, wordt het instrument tot het hout gerekend. Een saxofonist speelt
namelijk op een kop met een rietje.De combinatie riet & metaal vormt een populaire
klank. Adolf Sax vond hem uit in het midden van de 19e eeuw. Hij maakte direct in
hele saxfamilie. In de fanfare komen we vooral de sopraan-, alt-, tenor- en
baritonsax tegen. Naast het scherp en zacht koper geeft de sax een extra tintje aan
de fanfare. Een klankkleur die de moeite van het beluisteren waard is.
” De trombone ” blijft het meest opvallend aan de colies (schuif). Waar andere
instrumenten gebruik maken van ventielen, daar schuift de trombone naar een
volgende toon. De klank van de trombone is daarbij helder. Het instrument behoort
dan ook tot het scherp koper. In ieder orkest (ook symfonie) kom je trombones
tegen. Waar je met ventielen sprongsgewijs van toon naar toon springt, daar kan
met de schuif vloeiend van hoog naar laag en omgekeerd gespeeld worden. Dit
noemen we een glissando.
Heeft deze site je interesse gewekt, en wil je ook deel uitmaken van de “fanfare
familie”, meldt je dan aan als lid of vrijwilliger.
The music is in the air